Met een korte doffe plof valt er een zware envelop op de deurmat. Vertrouwelijk staat erop, maar nergens een logo. Ik weet direct wie de afzender is. Het is een uitnodiging voor een intake bij een specialistische GGZ-afdeling. Plus vragenlijsten. Of ik mijn BSN-nummer en adres (!) wil invullen. Voor de zesduizendste keer.

Deze blog gaat niet over het in de grond stampen van zorgverleners in de GGZ. Zij doen ook hun stinkende best. Dat geloof ik oprecht. Ondertussen hebben zij ook met krachten te maken waar ze niet altijd invloed op hebben. Zo moeten ze verantwoording afleggen aan politici en verzekeraars. De zorg is al jaren veel te duur. Nou – dat snap ik wel. Want als ik al zesduizend keer mijn adres moet invullen, dan betekent dus dat dit gegeven minstens zo vaak opnieuw moet worden verwerkt. Met goede zorg heeft dat allemaal niets te maken. Met bureaucratie wel. En dan heb ik het alleen nog maar over het invullen van een adres… ( tekst gaat verder na foto >> )

Sloopwijk ’t Kempke in Haaksbergen

Soms denk ik dat ik droom… maar het is helaas allemaal echt. Patiënten, cliënten of liever: medemensen in zorgtrajecten. Zij zullen dit wel herkennen. De rompslomp en keuzemenu’s. Lang moeten wachten. Frustratie alom en nog erger wordende klachten. Het gevoel niet, niet goed, of maar half gehoord te worden. Neem je een patiënt serieus als je hem per briefpost vraagt om z’n adres? Zo komt het althans niet over.

Adrenaline en spanning is niet goed, dus het heeft nu geen zin om in blinde razernij te vervallen. En natuurlijk zijn er ook best veel goede initiatieven in de zorg. Toch vind ik dat in de gehele zorg (en daarbuiten) we met minder loketten toekunnen. Minder hokjes. Meer échte aandacht en gesprekken. Minder dossiervorming. Wat heeft de “klant” nodig? Als we dan toch de zorg als vrije markt moeten zien… Bij de electronica-grootgrutter vraagt de verkoopmedewerker toch ook niet duizend keer of mijn televisie echt stuk is, terwijl ik dit net uitgebreid heb verteld?

Als tiener was ik gek van Asterix en Obelix. Nog steeds. In Asterix en de Helden (1976) moeten de twee Galliërs twaalf beproevingen doorstaan. Één daarvan is het bemachtigen van het “vrijgeleide a38” in het “huis waar je gek wordt”. Alleen met dit vrijgeleide kunnen ze door naar de volgende proef. Uiteindelijk lukt het de twee om dat document te bemachtigen. Door het huis (lees: het systeem) in verwarring te brengen. Beter en grappiger is mijn verhaal bijna niet samen te vatten. Een echte aanrader…. Maar ik denk dat dit in het echte leven niet werkt. Hoewel.

Asterix en Obelix op zoek naar het vrijgeleide a38.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *