> Uitgelicht <

Terra

Het leven is te kort om te wachten met het najagen van je dromen. Mijn vrouw droomde er al een tijd van om ooit een SEAT Terra te kopen: een Panda-achtige bestelwagen mét ramen! Een mooi project dat toch hopelijk dit jaar nog afkomt. Deze auto is gebouwd in 1990 en heeft een groot deel van z’n leven in Hamburg rondgereden. Rijden amper rond in Nederland.

Op je klompen aanvoelen

Ze waren ongedragen en de laklaag glom nog volop. En toevallig ook nog in mijn maat… Een paar jaar geleden kocht ik bij de kringloopwinkel een stel Hollandse klompen. Ze glimmen al lang niet meer zo hard, maar versleten zijn ze nog steeds niet. Nu heeft iedereen de mond vol over duurzaamheid en de continu groeiende afvalberg. Maar ondertussen loopt bijna de hele wereld op schoeisel van rubber, leer of plastic. Dan breekt je toch de klomp?

In het begin was het even wennen om er weer op te lopen. Maar al heel snel kromde ik automatisch de tenen bij het optillen van de voeten. Vereiste is wel dat je hier en daar over een (gezond) laagje eelt moet beschikken. Dus voor mensen die elke maand bij de pedicure zitten is de klomp misschien wat minder geschikt. Of je moet wat dikkere sokken aantrekken.

De klomp is een verdomd goed doordacht concept.

Nu wil ik niet zeggen dat vroeger alles beter was. Stel je voor dat je eigenlijk orthopedische schoenen nodig hebt en de hele dag op klompen zou moeten lopen. Maar toch is de klomp wel een verdomd goed doordacht concept. Slijtvast en oersterk. Ze zouden zelfs veiliger zijn dan veiligheidsschoenen met stalen neus. En eenmaal versleten  gooi je (ongelakte) klompen zo in de kachel. Of je boort er gaten in, poot er een plantje in en zet ze vervolgens ergens in je tuin.

Ondanks alle goede eigenschappen van de klomp ziet het er voor het ambacht niet al te best uit. Het aantal klompenmakers dat met de hand klompen kan maken, is in Nederland op een paar handen te tellen. Ton Verheijen is behalve klompenmaker ook een van de weinige leermeesters. Het is alles behalve een lichte opleiding. Verheijen vertelde ooit tegen het AD dat het zo’n drie jaar duurt voordat je een beetje een knappe klomp kunt maken. Met recht een ambacht dus.

’s Werelds grootste klomp

In het Twentse Enter maken de gebroeders Nijhof sinds 1977 nog steeds dagelijks klompen. In het Gelderse Beltrum staat sinds 1938 Klompenfabriek Nijhuis, naar verluidt de grootste klompenfabriek ter wereld. In Enter schijnt dan weer ’s werelds grootste klomp uit één stuk te staan en hier worden nog regelmatig mensen opgeleid tot klompenmaker. Ik ga er – als de coronamaatregelen het weer toe laten – eens een kijkje nemen. Tot die tijd kan ik me vast oriënteren bij Nijhof of Nijhuis op een nieuw degelijk paar. Keus genoeg! Kijk jij ook eens rond, want als niemand meer klompen koopt of er überhaupt op loopt, dan zal straks niemand ze nog maken. Dat zou iedereen op z’n klompen moeten aanvoelen.

800 jaar
Vroeger maakten boeren en vissers voornamelijk in de wintermaanden klompen. Eeuwenlang gebeurde dit met de hand. Volgens het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland gaat het ambacht zeker 800 jaar terug. De oudste klompen die in ons land zijn gevonden, stammen volgens het kenniscentrum uit de elfde eeuw. Vanaf het einde van de negentiende eeuw werden klompen steeds meer machinaal gemaakt. Vanaf eind jaren ’50 van de vorige eeuw daalde de productie van klompen razendsnel, omdat mensen meer op schoenen gingen lopen. Mede door de stijgende welvaart.


Hoe Jordaan uit Haaksbergen verdween

In 1971 gebeurde het onvoorstelbare. Na een bestaan van bijna twee eeuwen sloot de textielfabriek Fa. D. Jordaan & Zonen definitief haar deuren. Het ooit zo florerende familiebedrijf was decennialang de grootste werkgever van Haaksbergen. In de radiodocumentaire Hoe Jordaan uit Haaksbergen verdween, vertellen vijf Haaksbergenaren over dat einde vijftig jaar geleden, maar vooral ook over de vele goede jaren die eraan voorafgingen. Over de sfeer en verhoudingen op de werkvloer en wat Jordaan betekende voor de lokale samenleving. Het is een inkijkje in het Haaksbergen van vlak na de Tweede Wereldoorlog tot begin jaren 70 van de vorige eeuw.

Hoe Jordaan uit Haaksbergen verdween © Rutger Spanjer 2009-2021

Skipiste
De fabriek is nu bijna een heel arbeidsleven weg. In 1974 ging de bakstenen schoorsteen als één van de laatste bakens van Jordaan neer. Het puin van de fabriek werd op het Park Scholtenhagen gestort en dit is nu de mooi begroeide heuvel naast de kinderboerderij. Vele klein- en achterkleinkinderen van de oud-werknemers beleefden tijdens de koudegolf in februari 2021 uren plezier aan de ‘puinhoop’ van toen. Veel jongere Haaksbergenaren weten waarschijnlijk niet eens meer de herkomst van deze tijdelijke skipiste. Daarom is het zo belangrijk om te blijven vertellen.

Weinig contrast
Op de plek waar ooit de fabriek stond is nu onder meer middelbare school Het Assink Lyceum gebouwd. Anno 2021 lijkt het contrast met 1971 niet eens zo groot. Door de wereldwijde coronapandemie klinkt het rumoer van de leerlingen en de schoolbel al een hele tijd niet. Het is bijna net zo stil als vijftig jaar geleden, toen er een definitief einde kwam aan het geklapper van de weefmachines van Jordaan. De onzekerheid is wederom groot, ook voor het schoolgebouw op deze plek dat volgens leerlingen en leerkrachten al jaren niet meer aan de eisen van de moderne tijd voldoet. Intussen zit de gemeente Haaksbergen krap bij kas en heeft dus ook geen middelen voorhanden om op korte termijn een nieuw gebouw (mee) te financieren.

Twaalf jaar op de plank
De documentaire Hoe Jordaan uit Haaksbergen verdween maakte ik al in 2009. In de twaalf jaar die nu zijn verstreken, is deze afstudeeropdracht voor de School voor de Journalistiek altijd ‘op de plank’ blijven liggen. Tot begin dit jaar, toen ik mede door corona mijn persoonlijke digitale archief ging organiseren. Omdat geïnterviewden Hendrik Hilderink, Henk Boller en Jan Leppink nu helaas allemaal zijn overleden, denk ik dat de tijd rijp is om de documentaire openbaar te delen.

Het is een mooi verhaal, dat nu naar mijn idee extra goed tot zijn recht komt. De sluiting en het verdwijnen van Jordaan leverden destijds veel verdriet en onzekerheid op, maar uiteindelijk opende de fabriekssluiting deuren, zowel persoonlijk voor de  arbeiders als voor het hele dorp.  Er ontstonden allerlei nieuwe bedrijven en het joeg vernieuwing en innovatie aan.

Herontwikkeling
De textielfabriek van Jordaan kan ik me niet herinneren, want ik kwam tenslotte in 1987 pas kijken. Eigenlijk is het jammer dat  een Haaksbergse onderneming met zo’n lange geschiedenis compleet is verdwenen. Bij de herontwikkeling van het terrein  hadden ze enkele delen van de fabriek niet mogen afbreken, bijvoorbeeld de imposante gevel van het kantoor en de metershoge schoorsteen. Ze zeggen dat inzicht met de jaren komt. Binnenkort staat de herontwikkeling van het terrein van Odink en Koenderink op de planning. Ik ben benieuwd. ❏


Aan Hoe Jordaan uit Haaksbergen verdween werkten destijds mee:

Redactie, research en montage:
Rutger Spanjer

Verteller
Reyer van Harten

Geïnterviewden
Hendrik Hilderink (i.m. 1923-2013)
Henk Boller (i.m. 1932-2015)
Jan Leppink (i.m. 1929-2020)
Gerrit en Christien Menkehorst

Met dank aan:
Het Assink Lyceum
Museumfabriek Enschede (destijds Twentse Welle)
Historische Kring Haaksbergen

“Ik neem nooit een tweede hond”

We kregen ons reutje Duuko toen hij 15 weken was. Een kruising Heidewachtel met een Springerspaniël. Duuko was met twee andere broertjes ‘over’ bij de fokker. Bijna gloorde er een glansrijke carrière als jachthond voor deze jongen. Maar dat werd het niet, hij ging met ons mee en zo werd hij onze eerste hond. Eigenlijk zouden we een teefje krijgen, een kruising Heidewachtel met een Epagneu Picard, maar die is doodgegaan aan een vergiftiging toen de fokker – een particulier – met de roedel pups naar een Amsterdams bos ging en de pup (Panda was haar naam) daar iets verkeerds had opgegeten.

Bijna gloorde er een glansrijke carrière als jachthond voor deze jongen.

Mijn vrouw Myrcka is gek op honden en wilde altijd al heel graag een hond. Heel lang heb ik dat min of meer tegen gehouden, ik voelde er niet zoveel voor. En het leek me ook best een verantwoordelijkheid. Op een gegeven moment, in de zomer van 2018 begon ik er geleidelijk voor open te staan. Je moet elkaar ook wat gunnen in een relatie, anders hou je het ook niet tot de dood vol 🙂 Toen we eenmaal bij het eerste nestje waren wezen kijken, was ik wel om. Panda wat ons hondje zou moeten worden was echt het prototype puppy: een pluisbolletje met van die grote zwarte ogen. Het is dus ook erg verdrietig hoe ze aan haar eind is gekomen.

Panda zou bijna bij ons in huis komen en we hadden ons compleet ingelezen en allerlei benodigdheden gekocht. Daarom zijn we op dat moment behoorlijk beduusd toch verder gaan zoeken. Al snel zagen we op Marktplaats dus de advertentie voor Duuko en de rest is geschiedenis. We waren heel erg blij met die drukke jongen die binnen een week al zindelijk was!

Achter: Duuko, voor in de mand: Lola (januari 2021)

We wisten waar we aan begonnen waren. In die eerste jaren (we woonden destijds in Mijdrecht) hebben we wat kilometers (dijk) afgelegd. Te voet en toen hij oud genoeg was (vanaf 8 a 9 maanden) geleidelijk aan de fiets en sportstep.

Toch heeft hij altijd een zekere onzekerheid gehad, wat zich uitte in de hele dag door achter de bazen aanlopen.

Duuko (nu 2 jaar en 9 maanden oud) heeft zich goed ontwikkeld. Alle basisvaardigheden beheerst hij goed, hoewel het jachtinstinct er natuurlijk altijd in blijft zitten – maar dat is beheersbaar. Toch heeft hij altijd een zekere onzekerheid gehad, wat zich uitte in de hele dag door achter de bazen aanlopen. Ook na flinke uitlaatrondes. Duuko wist niet zo goed wat hij met zichzelf aan moest. Wij dachten dat het ook kwam doordat hij pas vanaf 15 weken bij ons kwam, en niet rond de gebruikelijke 7-8 weken. Hierdoor was ook alles erg eng. De auto, stofzuiger, klapperende vlaggenmasten etc. Hij was er niet vanaf prille leeftijd aan gewend geraakt.

Eind 2020 sprak Myrcka zich uit dat ze wel voor een tweede hond wilde gaan. Daar was ik eerst faliekant op tegen en ik somde allerlei praktische bezwaren op. Vooral dat het veel meer werk was, dat ik ze niet samen aan de fiets ging knopen. Nee, ik had geen zin in een tweede jachthond. Het leek me veel te druk.

Duuko hangt veel minder aan ons en heeft er een onvermoeibaar speelmaatje bij.

Op de laatste zondag van november scheen de zon en besloot ik het na een fietstochtje met Duuko langs de Buurserbeek het toch een kans te geven. Gewoon door maar eerst eens een kijkje te nemen bij het nestje van Lola (geboren half oktober). Diezelfde middag verdween mijn twijfel als sneeuw voor de zon. Niet onbelangrijk: Duuko reageerde ook best enthousiast op Lola. Zowel mijn dochter Senna als vrouw waren uitzinnig omdat ik eerst behoorlijk stellig was – maar na wat overpeinzing ben ik al eens bijgedraaid in het verleden.

Duuko en Lola (december 2020)

Nu 7 weken later, heb ik er absoluut geen spijt van. Duuko hangt veel minder aan ons en heeft er een onvermoeibaar speelmaatje bij. Lola trekt zich qua training heel goed aan Duuko op. Als Duuko zich goed gedraagt weet hij natuurlijk dondersgoed dat hij ook wat krijgt. Ook denk ik dat mijn benadering een stuk positiever is en een hond spiegelt je net zoals een paard dat ook doet. Sowieso ben ik sinds we Duuko hebben, mentaal en fysiek fitter geworden. En natuurlijk komt het ook wel eens voor dat je geen zin hebt om de regen in te gaan. Maar het regent een stuk minder vaak dan je denkt.

Duuko & Lola op speelveld bij de Watersteeg in Haaksbergen (januari 2021)